In het noorden van Tampa ligt het White Trout Lake. Dit meer wordt omringd door ‘million dollar houses’, zoals Andy ze noemt, en ik heb het voorrecht om tijdelijk in een van die huizen te mogen wonen. Prachtige zonsopgangen boven het meer, een zwembad in de tuin, een zwembad binnenshuis, vijf slaapkamers, twee badkamers, een riante keuken, een aanlegsteiger met speedboot, een hangmat tussen twee palmbomen en exotische serveersters die cocktails voor me mixen behoren tot de geneugten die ik mag ervaren. Deze luxe heeft echter ook een prijskaartje: drie slangen als huisdier. Twee daarvan zijn vrij onschuldig en klein, maar de anaconda zal nooit mijn beste vriend worden, vooral niet na afgelopen nacht.
Ik lig vredig de laatste uren van het donker weg te tukken als ik mij plotseling wat benauwd voel worden. Ik heb moeite met ademhalen en op een gegeven moment wordt het zo erg dat ik er wakker van wordt. Tot mijn grote schrik merk ik dat de zes meter lange anaconda mij aanziet voor een lekker hapje en vergevorderde pogingen doet me te wurgen. Ik worstel uit alle macht, maar de slang heeft me stevig in z’n greep. Het angstzweet breekt me uit, met als bijkomend voordeel dat het reptiel zijn grip een beetje verliest, en met een laatste krachtinspanning krijg ik het voor elkaar om mijn telefoon te pakken. Met verkrampte vingers toets ik het mobiele nummer van mijn gastvrouw in en de laatste lucht die uit mijn longen wordt geperst gebruik ik als schorre hulpkreet, om haar duidelijk te maken dat het niet al te best met me gaat. Ze komt naar beneden snellen en terwijl mijn bewustzijn me verlaat weet ze me met een paar handige technieken van de anaconda te ontdoen en redt ze mijn leven.
Goed, bovenstaande is verzonnen. Pure fictie, om de vooroordelen die enkelen van jullie over mijn verblijfplek hier hebben op de spits te drijven. Er wordt vaak gezegd dat men zich moet aanpassen aan de cultuur waarin men zich bevindt, en
overdrijven hoort nou eenmaal bij Amerikanen. Om de op waarheid beruste versie van het verhaal te krijgen moet je de zwembaden, de steiger en de hangmat wegdenken, de speedboot veranderen in acht kano’s en een zeilbootje, de anaconda in een onschuldige, 1,20 m. lange Red Rat Snake en de exotische serveersters in een vrouw van middelbare leeftijd die eenmaal per week het huis schoonmaakt. Als je dan ook nog het aantal slaapkamers met twee vermindert en de waarde van het huis door vijftien deelt, heb je een redelijk beeld van mijn huidige woonsituatie.
Wat er dan overblijft is echter nog lang niet misselijk. Het huis is oud maar prima, de tuin relaxed ruim en het meer mieters mooi. En dan heb ik de vermakelijke Ms. Callen, mijn gastvrouw nog niet eens genoemd. Wat haar zo leuk maakt?
- ze dreigt me uit huis te trappen als ik haar Ms. Callen noem in plaats van Loïs, omdat ze zich dan oud voelt (ze is 86…)
- ze woont op de bovenverdieping en laat mij de drie keer zo grote benedenverdieping gebruiken
- ze oefent elke dag minstens vijf keer op de uitspraak van m’n naam, progressie: nul komma nul
- ze dringt erop aan dat ik haar auto gebruik op de vijf dagen dat zij hem niet nodig heeft.
Dat dus. En nog veel meer, maar dat komt later wellicht.